Additive Industries onderzoekt met GKN Aerospace hoe de twee bedrijven onderzoekscapaciteit kunnen bundelen. GKN investeert namelijk in Bristol (V) in een Global Technology Center voor additive manufacturing. Op dezelfde campus start Additive Industries in januari een Process- & Application Development Center. “Door samen te werken hebben we beide meer kritische massa”, zegt Daan Kersten, CEO van Additive Industries.

 

Onderzoeken hoe plannen voor technologiecentra af te stemmen

Het nieuwe Global Technolology Center van GKN Aerospace gaat een belangrijke rol spelen in de doorontwikkeling van 3D metaalprinten naar toepassingen in de lucht- en ruimtevaart. Het centrum moet in 2020 openen en biedt een werkplek aan 300 engineers en biedt ruimte voor onderzoek samen met universiteiten en partners uit de supply chain van GKN Aerospace (waar in Nederland Fokker deel vanuit maakt). Vergelijk het met de Brainport Industries Campus in Eindhoven, maar dan in Bristol. Het technologiecentrum gaat zich met name bezighouden met de ontwikkeling van een goede basis om volledig nieuwe materialen industrieel te kunnen 3D printen. Daarbij wil GKN de koppeling leggen naar big data. Volgens Daan Kersten is het vooral ontwikkelwerk op een relatief laag PRL-niveau (Process Readiness Level) dat Additive Industries in Bristol in het eigen Process & Application Development Center gaat uitvoeren. Dit betreft voornamelijk materiaalontwikkeling. Big data speelt daarbij een belangrijke rol, die snel belangrijker kan worden en aansluit bij de thema’s waar het Eindhovense bedrijf aan werkt. “We zijn alle twee gebaat bij elkaars fysieke nabijheid. En omdat we onze centra op dezelfde campus in Bristol bouwen, hebben wij voorgesteld dit samen te doen”, legt Daan Kersten uit.

 

GKN Aerospace

Onlangs heeft GKN Aerospace nog een contract bij Ariane Group in de wacht gesleept voor de levering van 3D geprinte turbines voor een raketmotor van Promotheus, een raket die vaker gebruikt kan worden.

 

Veel materiaalkennis in Bristol

Hoe de samenwerking er zal uitzien, is nog niet bekend. Dat bekijken de beide bedrijven op dit moment. De samenwerking biedt misschien wel de kans om méér dan een MetalFAB1 systeem in Bristol te plaatsen. Daan Kersten is enthousiast over de regio Bristol voor het thema materiaalonderzoek. Additive Industries probeert dit al langer in Nederland van de grond te krijgen, echter zonder resultaat. “Dat is in Nederland heel moeilijk, omdat we hier nauwelijks nog materiaalkundige kennis hebben. In Engeland vinden we die veel gemakkelijker.”

 

Drie wereldwijde ontwikkelhubs

Met het ontwikkelcentrum in Bristol beschikt Additive Industries in de loop van 2019 over drie ontwikkelhubs buiten de hoofdvestiging in Eindhoven: het Process & Application Development Center in California, met focus op luchtvaart en kwalificatie; het centrum in Bristol waar het om materiaalontwikkeling gaat; en het nieuwe centrum in Singapore dat onlangs werd aangekondigd. In Singapore gaat Additive Industries met name het hele post processing van de 3D geprinte werkstukken verder ontwikkelen. Mede dankzij investeringen door de overheid beschikt Singapore over een goede infrastructuur voor het testen van de aansluiting van AM op postprocessing. Daarnaast biedt Singapore de Nederlandse fabrikant van 3D metaalprinters een springplank naar een nieuwe markt, Oil & Gas naast een goed ontwikkelde halfgeleiderindustrie. Daan Kersten: “Singapore kent een uitgebreide supply chain voor de halfgeleiderindustrie. Niet voor de front-end systemen van ASML zoals in Eindhoven, maar meer gericht op de back-end systemen. Dat is voor ons interessant.”

Additive Industries heeft overigens Mike Goh aangetrokken om de expansie in Azië vanuit Singapore te leiden. Goh heeft meer dan twintig jaar ervaring in de ontwikkeling van nieuwe business in de regio en in technisch sales management. Sinds begin 2015 is hij verantwoordelijk voor de uitbouw van de ondernemingsgerichte activiteiten van het Singapore Centre for 3D Printing.

 

 

 

Hier klikken