BASF en Materialise gaan gezamenlijk een nieuwe generatie materialen voor verschillende 3D printtechnieken ontwikkelen. Het chemieconcern investeert tevens € 25 miljoen in het Vlaamse bedrijf. Materialise geeft daarnaast extra aandelen uit om de overnamekast te vullen. Voor het geval zich een opportuniteit voordoet, aldus een woordvoerder van het bedrijf.

 

Materialise haalt € 75 miljoen op om klaar te zijn voor ‘opportuniteiten’

“Onze samenwerking brengt ons in een nog betere positie om nieuwe businesskansen te vinden en te ontwikkelen”, zegt Volker Hammes, directeur BASF 3D Printing Solutions. Materialise en BASF willen niet alleen betere materialen voor 3D printen ontwikkelen, ze willen tevens de geslotenheid van veel machines doorbreken.

 

Locked-in model kan niet langer

De nieuwe materialen, met name voor industriële toepassingen, moeten inclusief de parameters voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht het machinemerk. “Om de inzet van 3D printen als een aanvullende maaktechnologie voor eindproducten te vergroten, vragen industriële klanten in toenemende mate meer controle, meer keuze en uiteindelijk lagere kosten”, zegt Wilfried Vancraen, CEO van Materialise in een reactie op de samenwerking. In een blogpost schrijft hij dat bedrijven de voordelen van 3D printen beginnen in te zien. Maar als ze serieus willen worden in de toepassing ervan voor functionele onderdelen, kan het niet zijn dat ze worden beperkt met eigen oplossingen van een printerfabrikant. Anders gezegd: als ze dan geen vrije keuze hebben van materiaal en leverancier, worden ze beperkt in hun mogelijkheden. Daarom gaat Materialise nauwer samenwerken met BASF en hebben de twee bedrijven de intentie om de groei van de 3D printindustrie aan te jagen door een open marktmodel te promoten.

 

Onder andere voor de brillenmarkt wil men andere materialen ontwikkelen.

 

Goedkoper en makkelijker printbaar PA12

Een woordvoerder van Materialise zegt in de toelichting dat men in eerste instantie naar de meest gebruikte 3D printtechnieken kijkt. Zo wil BASF een PA12 poeder voor SLS-technologie ontwikkelen dat goedkoper is, beter controleerbaar en gemakkelijker te printen dan het huidige PA12 poeder. Zeker voor serieproducten, bijvoorbeeld voor de automobielindustrie, is het huidige PA12 poeder te duur. Voor een bredere inzet van PA12 is eveneens software nodig waarmee de gebruiker een betere controle krijgt over de parameters. Materialise ontwikkelt deze en brengt die dan via de huidige kanalen naar de markt via printerfabrikanten, rechtstreeks in Magics en via CADCAM-software.

 

Alternatief voor Ultem

Een marktsegment waarvoor de beide bedrijven al op korte termijn een nieuw materiaal willen ontwikkelen, is de luchtvaartindustrie. Ze werken aan een alternatief voor Ultem. Tot nog toe is Ultem het enige gecertificeerde materiaal voor interieurdelen in vliegtuigen. Het gaat om niet kritische delen, waarvan de materialen wel aan hoge eisen moeten voldoen. “Hiervoor willen we een breder scala aan materialen ontwikkelen”, aldus de woordvoerder van Materialise. Het derde concrete voorbeeld dat hij noemt is een doorzichtig materiaal voor het 3D printen van brillen. Nu gebruiken de meeste bedrijven hiervoor PA12 dat dan gekleurd wordt. De meeste klassiek vervaardigde brilmonturen zijn van transparant acetaat gemaakt. Wil 3D printen verder voet aan de grond krijgen in deze sector, moeten ook de geprinte monturen van acetaat zijn. Dat betekent waarschijnlijk ook dat gekozen wordt voor een SLA-technologie.

 

Gezamenlijke projectteams op beide locaties

BASF en Materialise willen met deze samenwerking de 3D printmarkt een zodanige impuls geven, dat op termijn de volumes voor de materiaalproducent fors omhoog gaan. De ontwikkeling gebeurt in zowel Leuven als Heidelberg, waar BASF 3D Printing Solutions is gevestigd. In de overeenkomst is afgesproken dat de ontwikkelteams afwisselend op deze locaties kunnen worden ingezet. Via Materialise krijgt BASF toegang tot de industrieklanten die het Belgische bedrijf nu al bedient.

 

Om klaar te zijn als zich opnieuw een kans zoals ACTech voordoet, versterkt Materialise de kas.

 

Overnamekas vullen: heeft Materialise iets op het oog?

Onderdeel van de overeenkomst is dat BASF een belang van 3 procent in Materialise koopt. Daarvoor betalen de Duitsers € 25 miljoen. Dat geld is niet geoormerkt. Binnenkort geeft Materialise op de Nasdaq ook nog eens extra aandelen uit. In totaliteit wil men zo € 75 miljoen ophalen. Tijdens de presentatie van de Q1 cijfers maakte het bedrijf bekend dat het ruim € 44 miljoen in de kas heeft, méér dan eind 2017. Waarom haalt men nu dan extra kapitaal op? “We willen onze balans versterken, zodat we voldoende kapitaal hebben moesten er interessante opportuniteiten komen”, licht de zegsman deze stap toe. Concrete plannen voor overnames zijn er niet. Maar, zo benadrukt de woordvoerder, ACTech – het verspanend bedrijf dat vorig jaar is overgenomen – kwam ook onverwacht in beeld. Als zich opnieuw een dergelijke kans voordoet, wil men voldoende cash achter de hand hebben.

 

Software blijft de core competentie

Het geld is niet bedoeld voor uitbreiding van de 3D printcapaciteiten. Materialise beschikt weliswaar over meer dan 140 3D printers, maar wil geen maakbedrijf worden. De 3D printcapaciteit staat vooral ten dienste van de softwareontwikkeling. Dat blijft de core business van het bedrijf. Op de Hannover Messe in april toonde Materialise nog samen met SAP een proof of concept voor distributed manufacturing. De Materialise software zorgt er mede voordat IP van een onderdeel dat in zo’n model wordt geproduceerd, voortdurend beschermd blijft. Met de huidige technologie kan zonder al te hoge ontwikkelkosten zo’n model al worden gebouwd.