GE Additive Arcam gaat zich behalve op de luchtvaart- en medische industrie ook op andere industriële sectoren richten. De automobielsector, die elektrische aandrijflijnen ontwikkelt, is er daar een van. De olie- en gasindustrie een andere. Dat heeft het management van het Zweedse bedrijf bekend gemaakt tijdens een speciale persdag in het GE Additive Arcam EBM Center of Excellence in Mölnlycke.

Het was de eerste keer dat GE Additive Arcam de deuren van het EBM Center of Excellence in Mölnlycke, vlakbij Gotenburg, voor de media open stelde. Moederbedrijf GE Additive heeft 18 miljoen euro geïnvesteerd in deze locatie, waar sinds enkele maanden alle Arcam-medewerkers weer op één plek zitten. “Een bewijs dat we serieus investeren in Additive Manufacturing, want deze investering is zonder het gebouw. Dat huren we tien jaar”, aldus Jason Olivier, Vice President en CEO van GE Additive. In Mölnlycke vindt niet alleen de ontwikkeling van de EBM metaalprinters plaats, ook de productie; er is een groot testcentrum en klanten kunnen er terecht voor zowel training alsook applicatieontwikkeling. Voor dat laatste heeft Arcam specifieke ruimten met machines voor klanten beschikbaar.

Materialen zoals koper en gereedschapstaal openen nieuwe markten voor EBM metaalprinten

Het EBM Center of Excellence in Zweden.

Serieuze partij na overname

Annika Ölme, Vice President Engineering, noemt de overname van Arcam door GE Additive een beslissend moment voor de Zweedse onderneming. Allereerst omdat de onderneming nu eigendom is van een bedrijf dat ook klant is. “De samenwerking is erg vruchtbaar geweest, zelfs hechter sinds de overname.” De tweede reden waarom de overname beslissend was voor de toekomst van Arcam, is dat klanten de Zweedse onderneming serieuzer zijn gaan nemen. “We worden nu als een stabiele speler in de additive industrie gezien.” Arcam is het stadium van entrepreneurial high tech voorbij. “Het voelt dat we echt impact op de wereld hebben met onze EBM technologie”, aldus Annika Ölme, die een aantal jaren in Nederland heeft gewerkt en gewoond voordat ze naar Arcam overstapte. Verder vindt ze het belangrijk een aandeelhouder aan boord te hebben die voor de lange termijn in de onderneming investeert. Met name vanwege de EBM technologie is die stabiele aandeelhouder belangrijk.

Sinds we onderdeel zijn van GE Additive worden we als een stabiele speler in de AM industrie gezien

Annika Ölme, GE Additive Arcam
Arcam beschikt in het nieuwe centrum over specifieke ruimten waar klanten met Arcam specialisten applicatieontwikkeling kan doen.

Méér dan een niche technologie

Electron Beam Melting (EBM) is namelijk nog steeds een niche technologie in het AM landschap. Maar het is een technologie die meer mogelijkheden biedt dan de toepassingen die nu vooral in de aerospace en medische industrie zijn te vinden. De verbreding van de afzetmarkt heeft alles te maken met nieuwe materialen waarvoor Arcam het AM proces heeft ontwikkeld. Op Formnext heeft de dochter van GE Additive laten zien dat het puur koper kan 3D printen. Gereedschapstaal is een ander nieuw materiaal. Beide materialen open kansen in nieuwe marktsegmenten. Karl Lindblom, directeur, noemt dit de below the surface kansen. De interesse voor beide materialen is groot. De automobielindustrie die overschakelt naar elektrisch rijden toont veel interesse in koper; de olie en gasindustrie in gereedschapstaal. Met de vormvrijheid van Additive Manufacturing liggen standtijden van boorgereedschappen in het verschiet die tot nog toe niet haalbaar zijn.

Jason Oliver, Vice President en CEO van GE Additive: de productie van heupimplantaten met AM heeft een kantelpunt bereikt.

Factor 3 tot 5 meer EBM machines verkopen

Jason Oliver verwacht daarom dat GE Additive Arcam de verkopen met een factor 3 tot 5 kan verhogen in de komende jaren. Het nieuwe excellence center is daar volledig op afgestemd. Zo is er een trainingscentrum, waar niet alleen alle type Arcam AM systemen staan, maar ook post processing mogelijk is. Ook zijn er specifieke werkruimten waar klanten samen met applicatie engineers van Arcam applicatie-ontwikkeling kunnen doen, in ruimten en op machines die voor hen gereserveerd worden.

In de trainingsruimte staan alle AM systemen van GE Additive Arcam, zoals deze Spectra H.

Andere manier van werken

Het samenbrengen van alle afdelingen onder een dak, moet de ontwikkeling versnellen. Daar draagt de nieuwe manier van werken aan bij, zegt Karl Lindblom. “Als je met een jonge technologie werkt, is cross functionele samenwerking belangrijk.” Vanuit moederbedrijf GE wordt veel kennis binnengehaald met betrekking tot lean manufacturing, maar ook de ervaring die GE heeft met de elektronenstraal technologie opent nieuwe kansen. De synergie met de andere onderdelen van GE Additive is dan ook behoorlijk. Onder andere op het vlak van automatisering werkt men samen. “We werken samen in een wereldwijd netwerk”, zegt Isak Elfstrom, verantwoordelijk voor R&D.

Annika Ölme toont het grootste onderdeel tot nog toe geproduceerd op de Arcam Specta L: titanium, 430 mm hoog.

Kantelpunt in de medische industrie bereikt?

Qua marktvolume blijven aerospace en medical de grootste toepassingsgebieden In de productie van medische implantaten heeft Arcam een kantelpunt bereikt, zegt Jason Oliver. Ongeveer 5 procent van alle heupimplantaten in de wereld wordt momenteel 3D geprint. “Vijf tot zeven procent markeert een omslagpunt. Vanaf dat punt kan het snel gaan.” Een voorbeeld is Amplify Additive. Dit bedrijf is opgericht door Brian McLaughlin. “Wij vormen vaak de brug tussen twee verschillende disciplines: orthopedische chirurgen en design engineers”, zegt McLaughlin. In september afgelopen jaar heeft hij in Maine (VS) de eerste productievestiging geopend. Hier vormen drie GE Additive Arcam EBM Q10plus machines de hoeksteen van de productie. Daarop worden orthopedische implantaten geproduceerd. Hét grote voordeel van 3D geprinte implantaten is volgens Karl Lindblom dat chirurgen geen lijm meer hoeven te gebruiken. “De unieke structuur die we met EBM printen zorgt ervoor dat het bot beter in de implantaten groeit, waardoor ze langer meegaan.”

Fabrikanten met slechts één AM technologie gaan het moeilijk krijgen

Jason Oliver, CEO GE Additive
Heeft het 3D printen van heupimplantaten een kantelpunt bereikt?

Avio Aero print kritische vliegtuigonderdelen

In de luchtvaartindustrie is de toepassing van Avio Aero in Italië, ook een GE bedrijf, een sprekend voorbeeld. Hier worden de turbineschoepen voor de nieuwe GEnx motoren van GE geprint van titaan aluminide; dit type motor is onder andere bedoeld voor de Boeing 777. Titaan aluminide (TiAl) weegt de helft van andere typische legeringen voor de luchtvaartindustrie, is bestand tegen zware thermische belastingen en kan amper op een andere manier bewerkt worden dan met AM worden. De productie van tien schoepen vergt ongeveer 200 uur. De brandstofbesparing door het lagere gewicht is de aanjager van deze toepassing. De validatie heeft twaalf jaar geduurd. “De volgende producten kunnen sneller gevalideerd worden als we naar dit onderdeel kunnen verwijzen”, zegt Isak Elfstrom. Dat kan de groei een impuls geven, In Mölnlycke zijn ze klaar om die groei aan te kunnen

Komende tijd kun je hier meer lezen over de ontwikkelingen bij GE Additive Arcam. Ook hadden we een gesprek met Jason Oliver, Vice President en CEO van GE Additive. Hij verwacht dat AM fabrikanten die slechts één technologie in hun portfolio hebben, het lastig gaan krijgen. Dit interview kun je over twee weken hier lezen.

Een van de voordelen van de EBM metaalprinttechnologie, naast dat er amper risico is op cracks, is dat producten gestapeld kunnen worden doordat ze weinig tot geen supportstructuur vragen.
Hier klikken