3D metaalprinten breekt nog niet door bij de grote groep metaalverwerkende bedrijven. Zijn de systemen te duur? Is de technologie onvoldoende uitgerijpt? Of zijn 3D metaalprinters te duur voor de doorsnee toeleverancier? Op de mtc3 conferentie gingen AM-experts met elkaar in discussie. Elk had wel een idee waarom de doorbraak vooralsnog uitblijft.


De fabrikanten van 3D metaalprinters hebben nog huiswerk te doen. Daar is Mathias Wolpiansky van DMG Mori heel stellig in. De machinebouwer die elk jaar zo’n 11.000 CNC-machines verkoopt, kent de klanten en weet wat zij verlangen. “Ze willen een OEE hoger dan 96% en een herhaalnauwkeurigheid van 5 micron of beter.” De CNC-industrie heeft daar tientallen jaren over gedaan; de AM-industrie bestaat pas 25 jaar. Ook bij GE Additive ziet men dit als een van de drempels. “We zien dat klanten betere en nauwkeurigere machines willen. Dat is voor ons momenteel de focus”, aldus Chris Schuppe, general manager engineering bij GE Additive.

Te moeilijk

Toch zijn inzetbaarheid en herhaalnauwkeurigheid – van product tot product – niet de enige belemmeringen, blijkt gaandeweg de discussie op het mtc3 podium in München. Geoff McFarland, bij Renishaw directeur Group Technology, zoekt het vooral in het gebruiksgemak van de technologie. “De meeste klanten zeggen dat het te veel werk en te moeilijk is om te 3D metaalprinten. De fundamentele opdracht is de systemen beter en makkelijker bruikbaar te maken.” Hij gelooft dat dat wel gaat lukken, maar er zal hard gewerkt moeten worden aan de procesbesturing.

Van links naar rechts Johannes Schleifenbaum, Hans Langer en René Kreissl.

Te duur?

En de kosten van 3D metaalprinten? Er worden altijd hoogwaardige onderdelen getoond. “Maar in Duitsland zijn we kampioen MKB-bedrijven, met vaak 15 medewerkers. Die kunnen dit niet betalen”, zegt professor Johannes Henrich Schleifenbaum van het Digital Additive Production cluster in Aken. “Wij praten over herhaalnauwkeurigheid, maar ik denk dat het bij het grote publiek meer over kosten gaat.” Hoe kunnen we de spread met de prijs van de 11.000 machines die DMG Mori verkoopt kleiner maken, vraagt hij de forumdeelnemers. Mathias Wolpiansky geeft toe dat het merendeel van de 150.000 klanten van DMG Mori geen 600.000 euro betaalt om de AM-technologie in huis te halen om ermee te spelen. De machinebouwer heeft daarom een eigen leasingorganisatie. “We willen het klanten mogelijk maken deel te nemen aan de AM-industrie.”

Of te lage productiviteit?

René Kreissl, R&D directeur voor AM bij Trumpf, ziet de kosten van de AM-systemen nog niet snel dalen. Grote kostenposten zijn het scanner systeem en de laser. “Ik verwacht daar geen grote prijssprongen. We hebben een nieuwe, en andere aanpak nodig om de productiviteit drastisch te verhogen.” Meer lasers, zodat je sneller produceert? “Multilaser zal de businescase verbeteren, maar het wordt lastig in de toekomst om succesvol te zijn”, meent Chris Schuppe van GE Additive. Pas als je 100 keer sneller bent én  goedkoper poeder kunt gebruiken, zet je echt stappen. “Daarom investeren wij in binder jetting.”

Geoff McFarland en Chris Schuppe.

Kosten zijn toch geen probleem

Dat ziet Hans Langer allemaal anders. De oprichter van EOS en bestuursvoorzitter van EOS Group, vindt de machinekosten eigenlijk helemaal geen issue. “De kosten van een EUV-laser bedragen 40 miljoen maar dat is geen issue in de semi-conductor industrie. De machineprijs doet er niet toe als je productiviteit haalt.” De materiaalkosten spelen wel een rol van betekenis, zegt hij. Daarmee kun je de kosten per onderdeel fors verlagen. “Dat zou echt impact hebben.”

Europees probleem?

Of praten we over een Europees probleem wat betreft 3D metaalprinten? Blijft de toepassing van additive manufacturing vooral hierachter en halen andere landen ons stilaan in? Hans Langer denkt namelijk dat dit het geval is. “In de Amerikaanse markt groeien we 30%; in Europa is de groei nul.” Hij verwijst naar GE, dat als eerste een vliegtuigonderdeel seriematig 3D print. “Zij hebben het werkbaar gemaakt. Ik ken nog tien andere accounts in de VS waar dit gebeurt.” Een actievere rol vanuit de overheid bij het toekennen van defensieopdrachten zou al helpen. Geoff McFarland denkt eveneens dat Europa wat achterblijft. “We zijn hier iets traditioneler en nemen minder risico; de VS neemt wel meer risico’s.”

IP-mijnenveld belemmert innovatie

Mathias Wolpiansky van DMG Mori haalt nog een interessant punt naar voren. “Er is een mijnenveld aan Intellectual Property dat ons tegenhoudt.” Software speelt in additive manufacturing een steeds grotere rol. Moeten de fabrikanten hun systemen via een API openstellen voor derden, om zo de innovatie te versnellen? Renishaw werkt daar al aan, alhoewel de API nog niet is vrijgegeven. Zelfs Hans Langer van EOS zegt dat het die kan op moet. Mathias Wolpiansky vindt dat de sector veel meer moet samenwerken. “Er zijn al veel oplossingen in de CNC-industrie. Waarom gebruiken we die niet?” IP houdt de samenwerking blijkbaar tegen.

In 2020 vindt de 4e editie van de conferentie plaats, dan onder de noemer AMTC4, in samenwerking met de RWTH Aachen en in Aken.

AMTC4 20-22 oktober Eurogress Aachen