De typische werkwijze in de luchtvaartindustrie om 60 tot 80 procent van het materiaal te verspanen, zal op den duur niet houdbaar zijn. Als we zuiniger willen omgaan met kostbare grondstoffen zal de industrie moeten overstappen naar near net shape productietechnieken, zoals 3D printen. Directed Energy Deposition leent zich daar als geen andere techniek voor.

Dat zegt Robin Day, tegenwoordig werkzaam bij de leerstoel Digital Additive Production aan de RWTH Aachen. Dit is gelieerd aan het Fraunhofer ILT en een van de instituten die zich in Aken met 3D printen bezig houden. Day, die in Stuttgart lucht- en ruimtevaarttechniek heeft gestudeerd, maakte zijn opmerkingen tijdens een IFAS Kolloquium, waarin 3D metaalprinten centraal stond.

Robin Day is overtuigd dat 3D printen veel breder toegepast gaat worden, met name dan de Directed Energy Deposition technologie. Daarmee wordt het oplassen van metaal bedoeld, zowel poeder als lasdraad. De reden waarom men bij het DAP in Aken verwacht dat additive manufacturing terrein gaat winnen, heeft alles met ecologische argumenten te maken. “We kunnen ons in de luchtvaartindustrie niet meer permitteren dat we 60 tot 80 procent van het materiaal verspanen als we onze kostbare grondstoffen willen beschermen”, zo zei Day het tijdens het Kolloquium.

Materiaalefficiency veel hoger

Met DED-technologie worden near net shape producten gemaakt. Deze kenmerken zich weliswaar door de grove structuur. “Maar we hoeven slechts 10 tot 15 procent van het materiaal te verspanen.” Gecombineerd met de geringe verspilling van het poeder, betekent dit een aanzienlijke reductie van de materiaalafvalstroom. Op dit moment haalt men bij het DAP een poederefficiency van 95% bij DED-technologie.

Het Digital Additive Production instituut presenteert op RapidPro 2019 een van de keynotelezingen.

Hier klikken