Tegen het einde van 2018 wil Deutsche Bahn zo’n 15.000 kapotte onderdelen van de treinstellen vervangen hebben door 3D geprinte exemplaren. Dat zijn zowel kunststof als metalen onderdelen. “Dankzij 3D printen kunnen we onze treinen ruim 30 jaar op de rails houden, langer dan de levering van reserve-onderdelen doorgaat”, zegt Stephanie Brickwede, directeur van het internationale netwerk Mobility goes Additive. Staat het magazijn van de toekomst in de cloud?

 

Projectmanager Mobility goes Additive netwerk op Additive World Conference

Stephanie Brickwede leidt sinds enkele jaren bij Deutsche Bahn de 3D print activiteiten. Daarnaast staat de afgestudeerde econome aan de leiding van Mobility goes Additive, een internationaal netwerk. Dit heeft tot doel om het gebruik van additive manufacturing door te laten breken in de logistieke sector. Dit wil men vooral door gezamenlijk kennis te ontwikkelen en te delen. Half maart spreekt ze op Additive World Conference 2018 in Eindhoven, de jaarlijkse conferentie van Additive Industries.

 

Versnelling in 2018

Voor Deutsche Bahn biedt 3D printen de oplossing om de treinen langer dan 30 jaar op de rails te houden. Tegen die tijd is de levering van reserve onderdelen al lang gestopt. Door ze gedeeltelijk of helemaal opnieuw te 3D printen, is de spoorwegmnaatschappij onafhankelijk van de vroegere leverancier. De kapotte onderdelen hoeven vaak niet eens helemaal opnieuw geprint te worden. Deutsche Bahn heeft ook voorbeelden waarin een onderdeel van bijvoorbeeld een deurslot stuk gaat en opnieuw geprint wordt. In het najaar van 2017 ging het al om 2.000 geprinte reserve onderdelen, zei Brickwede destijds in een interview met het magazine Inside Bahn van Deutsche Bahn. In 2018 komt de versnelling, want men wil aan het einde van dit jaar 15.000 onderdelen geprint en weer ingezet hebben.

 

Deutsche Bahn zet onder andere FDM printtechnologie in. 

 

3 procent spare parts kan al geprint worden

In hetzelfde interview zegt Stephanie Brickwede in te schatten dat al drie procent van alle spare parts bij de spoorwegen 3D geprint kan worden. “3D printen komt aan de grenzen bij materiaal, de aantallen en de afmetingen van de te printen onderdelen. Bij poederbedprocessen kunnen we onderdelen zo groot als een schoenendoos printen. Bij extrusieprocessen gaan we al tot het formaat bierkrat.” Te groot zijn bijvoorbeeld nog de wielophangingen van treinstellen. Deze slijten sterk. Brickwede zou dus juist hier graag 3D printtechnologie inzetten. “Maar ze zijn eenvoudig nog te groot voor de 3D printer.”

 

Onontgonnen potentieel in de logistiek

In haar visie biedt additive manufacturing nog een enorm onontgonnen potentieel. Daarom heeft Deutsche Bahn het initiatief genomen voor het netwerk Mobility goes Additive, waarover ze op Additive World Conference in Eindhoven ook spreekt. Al meer dan 50 bedrijven uit verschillende branches hebben zich hierbij aangesloten. Het zijn vooral ondernemingen die uit de 3D printindustrie voortkomen of die er raakvlakken mee hebben. Ook de eerste logistieke bedrijven zijn inmiddels lid van het internationale netwerk.

Stephanie Brickwede spreekt op de eerste dag van Additive World Conference, 14 november. Haar presentatie gaat over hoe de belemmeringen voor 3D printen de logistieke sector worden weggenomen. Want het magazijn van de toekomst staat in de cloud.

Meer informatie over Additive World Conference vind je hier.

FOTO: een metalen reserve onderdeel 3D geprint (Foto’s Deutsche Bahn)