Aluminium 3D printen tegen de kostprijs van FDM-printen en met de mechanische eigenschappen van gietstukken: dat belooft Grob met het Liquid Metal Printing proces. Christoph de Pay, Productmanager Additive Manufacturing bij Grob, legt uit hoe de technologie werkt, waar ze staat ten opzichte van laser poederbed processen, en waarom Grob bewust geen hybride machine bouwt.
De GMP 300 (Grob Metal Printing) werkt op basis van een principe dat radicaal verschilt van de gevestigde poederbedprocessen. Als uitgangsmateriaal gebruikt de machine een standaard aluminium lasdraad. Deze draad wordt gesmolten waarna een mechanische stempel vloeibare druppels één voor één op een verwarmde bouwplaat deponeert. Deze stempel beweegt over slechts enkele micrometers in het smeltbad. “Wij gebruiken geen poeder en geen laser. De stempel beweegt met een frequentie van maximaal 500 Hz op en neer in de smelt. Die mechanische impuls schiet de druppel eruit”, zo legt Christoph de Pay het LMP proces van de Duitse machinebouwer uit. In de praktijk print de machine tussen de 150 en 500 druppels per seconde, afhankelijk van de vereiste precisie en opbouwsnelheid. De druppeldiameter bedraagt 0,03 tot 0,08 mm, de positioneernauwkeurigheid is 0,015 mm. Dit resulteert in het eindonderdeel tot een maatnauwkeurigheid van 0,2 mm en wanddiktes van 0,5 tot 1 mm. Deze wanddikte wordt bepaald door de druppelgrootte.
Wat doet Grob anders?
Deze mechanische depositie van de aluminium druppels onderscheidt de GMP 300 van het enige andere Liquid Metal Printing-concept op de markt, dat teruggaat op technologie ontwikkeld door het Amerikaanse Vader Systems en later overgenomen door Xerox en inmiddels gekocht door Additech. “Zij positioneren de druppel via een elektromagnetische impuls, met de Lorentz-kracht. Wij actueren mechanisch, waardoor we de slaglengte, versnelling en snelheid van de stempel kunnen instellen en zo ook de druppelgrootte en druppelsnelheid precies kunnen beïnvloeden,” aldus De Pay.

Lees het volledige artikel in Solutions Magazine





