Met de opening van het Fieldlab Meltonic is er voor het eerst in Nederland serieus aandacht voor elektronenstraal 3D metaalprinten. En dan specifiek voor dual use toepassingen in geavanceerde materialen, waaronder wolfraam en koper. Herman van Bolhuis, initiatiefnemer, wil de adoptie van additive manufacturing een nieuwe impuls geven. Op dit vlak kan Nederland echt veel beter, vindt hij.
“We moeten sneller met additive manufacturing. En we kunnen echt beter doen.” Herman van Bolhuis, oprichter van 3D Makers Zone in Haarlem, ergert zich aan de negatieve verhalen over AM. Alsof de technologie geen toekomst heeft. Hij vindt ook dat de aandacht in Nederland wel heel erg veel naar de halfgeleiderindustrie – lees ASML – uit gaat. Alsof er niets anders meer gebeurt in de Nederlandse maakindustrie. “Het is niet alleen ASML dat onze economie aanjaagt, maar ook andere technologieën die ons een stap verder moeten brengen”, zegt hij. In het half februari geopende Fieldlab Meltonic vindt de industrie een faciliteit om dit aan te pakken. Voor het eerst staat er in Nederland een EB-PBF systeem (elektronenstraal AM) van het Zweedse Freemelt. Bedoeld voor onderzoek naar dual use applicaties. Open innovatie, dat is de bedoeling, Met het Fieldlab als facilitator, want de input moet echt vanuit de industrie en de universiteiten komen.
Johannes Gartner: AM-markt is nog lang niet verzadigd om bang te moeten zijn voor concurrentie

Negatief beeld doorgeprikt
De interesse voor elektronenstraal metaalprinten is er, blijkt wel uit de aanwezigen bij de aftrap van het Fieldlab Meltonic. Meerdere hightech bedrijven uit de Brainportregio, vertegenwoordigers uit de luchtvaartindustrie, de medische industrie, defensie. Additive manufacturing leeft in deze sectoren en dat verbaast Johannes Gartner, docent aan de TU Delft, niet. Hij denkt dat het negatieve sentiment rond 3D printen vooral veroorzaakt wordt door de marktconsolidatie in de AM-industrie; het gegeven dat er in het FDM segment te veel spelers zijn met vergelijkbare 3D printers; de agressieve concurrentie; en de recessie. “De investeringen zijn gedaald, maar sommige bedrijven hadden nooit een gezond businessmodel. De serieuze spelers lijden daar nu onder”, zegt Gartner. Hij is nog steeds optimistisch, alhoewel hij waarschuwt dat we als Europa niet naïef moeten zijn op het vlak van standaarden die ontwikkeld worden. De Amerikanen en China zijn heel actief op dit gebied. “Maar ieder heeft ook eigen belangen.” Nog steeds komt het grootste deel van IP op AM-vlak uit Europa. “We hebben de kennis van AM, het materiaal en de kennis van het proces en het nabewerken. We hebben de capaciteiten, we hebben de geïnstalleerde machines, de engineering. We slagen er alleen niet in om dat in Europa tot een succes te maken”, zegt Gartner. De Oostenrijker, president van Additive Manufacturing Austria en sinds 2023 verbonden aan de TU Delft, vindt dat je om de ontwikkeling van de AM-markt goed te beoordelen, niet naar de verkoopcijfers van machines moet kijken maar naar de toepassingen. Daar ziet hij nog veel potentieel. Hij ziet signalen dat de highend AM-markt dit jaar weer groeit door onder meer impulsen vanuit defensie, energie en de behoefte aan veerkrachtige toeleverketens. Additive manufacturing draagt bij aan het oplossen van alle uitdagingen in Europa, stelt hij. Hij verwacht onder andere in de medische industrie sterke groei, omdat veel producten op het punt staan goedkeuring van toezichthouders te krijgen. “De pijplijn is vol, komende jaren komen er veel nieuwe producten op de markt.”
Meer samenwerking nodig
Johannes Gartner riep op tot meer samenwerking, tot het delen van kennis. “De AM-markt is nog lang niet verzadigd om bang te moeten zijn voor concurrentie.” Hij sluit daarmee naadloos aan op de visie van Herman van Bolhuis: het fieldlab Meltonic moet een plek worden voor open innovatie, waarin de Nederlandse industrie samenwerkt met de drie technische universiteiten en de Nederlandse defensie. Ook professor Ian Gibson van Fraunhofer Innovation Platform, onderdeel van de universiteit Twente, sluit zich hierbij aan. Uiteindelijk streeft iedereen naar hetzelfde: het versterken van additive manufacturing in Nederland. “We hebben hier een kleine community en moeten echt samenwerken en delen”, aldus de Twentse hoogleraar. Met name geldt dit richting de MKB-maakindustrie. Die worstelt met de implementatie van additive manufacturing in de productieprocessen, waarmee je volgens Gibson exact het verschil aanstipt tussen additive manufacturing en 3D printen. Met dit laatste bedoelt hij een standalone printer; als hij over de integratie van AM in productieketens praat, heeft hij het over advanced manufacturing zoals in Twente gebeurt.
Open Innovatielab
Het Fieldlab Meltonic is een open innovatielab voor bedrijven die de EB-PBF technologie willen verkennen en applicaties willen ontwikkelen. De focus ligt op materialen zoals wolfraam, koper en titanium, de materialen waar ook Freemelt de nadruk op legt, zoals CEO Daniel Gitlund aangeeft. Met name op het vlak van wolfraam biedt Freemelt dankzij de samenwerking met Sandvik een complete Europese supply chain. Het Zweedse hardmetaalconcern beschikt over eigen wolfraam mijnen in Oostenrijk en productiefaciliteiten in Zweden. Wereldwijd heeft China momenteel 94% van de wolfraamproductie in handen. “Wij kunnen kosten omlaag brengen doordat regionale productie key is”, aldus Gitlund. De EB-metaalprinter in Haarlem is de Freemelt One, de machine die ontwikkeld is voor onderzoek en haalbaarheidsstudies. Het betreft een open source machine, zowel qua software als architectuur, waar de gebruiker naar believen meetsensoren op kan aansluiten. Freemelt bouwt hiernaast de eMeld ID voor proof of concept en tot slot de eMelt iM voor serieproductie. Dit laatste is namelijk het doel: EB-PBF is een AM-technologie voor serieproductie. De elektronenstraal smelt per seconde 3600 spots tegelijk. Dat gebeurt in een vacuümkamer met een temperatuur tussen 700 en 1.400 graden Celsius. Hierdoor kan Freemelt materialen als wolfraam smelten. Omdat de machines modulair zijn opgebouwd, kan men snel omschakelen naar een volgende buildjob. De bouwkamer kan verwisseld worden. De hele voorbereiding voor een nieuwe buildjob gebeurt zelfs buiten de machine, in een ander deel van de fabriek. Freemelt heeft tot nog toe 40 machines wereldwijd geïnstalleerd; de order back log bedraagt momenteel 12 machines.
EU Competitiveness Fund
Herman van Bolhuis is onder andere getriggerd door de mate waarin de Freemelt technologie open is. Dat maakt de machine interessant voor een omgeving als 3D Makers Zone, waar bedrijven en onderzoeksinstellingen nog vaak zoekende zijn naar de toepassing en te technologie. Het Fieldlab Meltonic wil dit jaar nog drie of vier wat Van Bolhuis “lighthouse” use cases starten samen met de industrie en de universiteiten. In Haarlem vinden ze een compleet ingericht fieldlab, inclusief technische ondersteuning. Doordat Freemelt zelf in 3D Makers Zone de intrek heeft genomen met een vestiging voor Europa en het Midden Oosten, zijn de lijnen naar de fabrikant kort.
Het Fieldlab wordt aanvankelijk gefinancierd vanuit het Smart Industry programma. Aangezien deze financiering tijdelijk is, zoekt Van Bolhuis naar onderzoekspartners die cofinanciering kunnen bieden. Johannes Gartner merkte op dat het nieuwe European Competitiveness Fund, dat later dit jaar wordt opengesteld en zich richt op advanced manufacturing, hiervoor kansen biedt. Hoewel Additive Manufacturing (AM) niet langer expliciet wordt genoemd binnen Brusselse kringen, is de technologie volgens hem nog steeds een essentieel onderdeel van advanced manufacturing.
Dit artikel is verschenen in Solutions Magazine zomer 2026











