GE heeft deze week de 30.000e nozzle voor de LEAP-motor 3D geprint. Daarmee laat het concern zien dat het businessmodel voor 3D metaalprinten wel degelijk sluitend te krijgen valt, ook als het om grotere series gaat. De productie loopt nu sinds 2015.

 

Serieproductie op meer dan 40 3D metaalprinters

Eigenlijk kun je wel zeggen dat het additive manufacturing avontuur voor GE gestart is met deze nozzle. In 2015 is de serieproductie hiervan gestart. Ondertussen staan er in de fabriek in Auburn (VS) meer dan 40 3D printers die enkel dit onderdeel produceren. In plaats van 20 losse onderdelen die geassembleerd en vooral gecontroleerd moeten worden, 3D print GE de nozzle nu in één keer, direct vanuit het CAD-model.

 

AM door ontwikkelen voor serieproductie

“Deze mijlpaal gaat niet alleen over de productie van 30.000 nozzle tips”, zegt Ricardo Acevedo, plantmanager in Auburn. “Het team mag ook trots zijn op de rol om additive technologie te helpen door ontwikkelen richting massaproductie on onze business en die van andere die GE technologie kopen.” Het Amerikaanse bedrijf wil nog eens 50 miljoen dollar extra investeren in het AM-centrum in Auburn om nog meer AM in de productie in te zetten. Momenteel werken er 230 medewerkers, dat aantal wordt uitgebreid naar 300. Momenteel zijn er al 16.300 bestellingen voor de nieuwe LEAP-vliegtuigmotoren, die tot 15% zuiniger zijn dan vergelijke motoren. Deze motoren worden ontwikkeld en gebouwd door CFM, een joint venture van GE en Safran Aircraft Engines.

 

 

Erkenning voor Greg Morris

Greg Morris, die met zijn vroegere bedrijf Morris Technologies, de grondlegger is voor de AM-productie bij GE, werd onlangs op TCT Show in het VK opgenomen in de Hall of Fame als een pionier in de 3D printindustrie. Greg Morris is nadat GE zijn bedrijf kocht, in dienst getreden van het Amerikaanse bedrijf om additive manufacturing verder te helpen ontwikkelen.