De infill van een model is een belangrijke factor voor de sterkte van het uiteindelijk 3D geprinte product. Een te dunne vulling verzwakt het product, net als een te draderige. Hoe kies je nu de beste infill?

 

Verschillende patronen

Er zijn meerdere patronen mogelijk. Elk patroon leidt tot een andere sterktegraad. Sterke infilltypes zijn bijvoorbeeld rastervormig, driehoekig of vaste honingraat. Minder sterk zijn de rechtlijnige of snelle honingraat patronen. Een reden om toch hiervoor te kiezen, kan tijdwinst ze. Ze kunnen sneller geprint worden. En voor veel producten zijn ze dikwijls stevig genoeg.

 

 

Lagere printsnelheid

De infill wordt meestal langzamer geprint dan andere delen van het product. Als de printsnelheid te hoog staat ingesteld, kan de nozzle niet voldoende materiaal afgeven. Het resultaat is dan een dunne en draderige vulling, die niet genoeg sterkte biedt. Probeer daarom de ‘Solid Infill Underspeed’ iets terug te schroeven, om de printer genoeg tijd te gunnen voor een sterk patroon.

 

Hogere infill extrusie

Voor alle producten geldt: hoe dikker de vulling, hoe steviger het product. De infill kan dikker worden gemaakt door de breedte van het raster te verhogen. De Infill Extrusion Width kan bijvoorbeeld op 110% worden ingesteld. Zo wordt er meer materiaal afgegeven en zal het raster steviger worden. Dit betekent echter wel dat er meer materiaal nodig is en dat het printen minder snel gaat. Maakt men de infill tegelijkertijd iets luchtiger, door de rasters verder uit elkaar te plaatsen, wordt tijd bespaard. In de slicing software kan het percentage hiervoor worden aangepast.

 

Conclusie

Het is belangrijk om de juiste balans te vinden tussen snel printen, geen materiaal verspillen en de juiste sterkte geven! Experimenteer met de verschillende infill patronen, de printsnelheid en de infill extrusie om tot het resultaat te komen dat voldoet aan de producteisen.

Cebastyan Hammink
Service & Support Engineer dddrop 3D printers