“De invloed van 3D printen op de economie wordt zwaar onderschat. Ik verwacht dat in de komende één of twee decennia ongeveer de helft van alle maakdelen geproduceerd zal worden met 3D printers.” Dat zegt Lodewijk van der Borg, CEO van Kaak Group in het ING rapport 3D printing: A threat to global trade. Hierin voorspellen de ING onderzoekers dat de wereldhandel met 40% kan dalen door lokaal 3D printen. Het einde van het off shoring tijdperk?

 

ING voorspelt grote impact 3D printen op wereldhandel

3D printen slaat gat in wereldhandel. Koppen van die strekking verschenen afgelopen week in de mainstream media. Op zich niks nieuws. Op Made-in-Europe schreven we vorig jaar al over de Zwitserse econoom Thomas Straubhaar. Hij voorspelt het einde van de klassieke goederenhandel door digitalisering en 3D printen. Er ontstaat een verschuiving richting lokaal produceren. De ING onderzoekers zeggen nu dat het weliswaar lastig is om het werkelijke potentieel van 3D printen in te schatten, maar ze sluiten niet uit dat de positieve verwachtingen wel eens eerder realiteit kunnen worden. Verdubbeling van de investeringen in 3D printen zou al in 2040 ertoe kunnen leiden dat de helft van alle discrete producten 3D geprint wordt. “Het zou niet de eerste keer zijn dat de snelheid van technologische vooruitgang voor positieve verrassingen zorgt”, staat in het rapport te lezen.

 

offshoring

Worden deze scenario’s realiteit? (Bron ING) 

Complexe producten voorlopig dominant

Lodewijk van der Borg is hiervan overtuigd. Iemand die wel in het lange termijn potentiele gelooft maar voor de korte termijn gematigder is, dat is Adwin Kannekens van Wilting. Hij voorspelt dat op lange termijn 40 tot 50% van de omzet van het bedrijf uit werk komt dat met een 3D printer wordt gemaakt. Voor de komende tien jaar ziet hij echter 5 tot 10 % als het maximaal haalbare. Daarvoor zijn er momenteel nog teveel barrières, zoals de beperkte snelheid van de huidige 3D printers, de hoge investeringskosten, dito materiaalkosten et cetera. Eric Sas, CFO van Ultimaker, schat eveneens een omvang van 5 tot 10% van de maakdelen in het komend decennium. Hij ziet voor de lange termijn belemmeringen en wil zich niet wagen aan zo’n lange termijn voorspelling. Dat doet in het rapport evenmin Lauren Slowik, design evangelist voor opleiding bij Shapeways. Voor veel reguliere niet complexe onderdelen blijven traditionele productietechnieken nog lange tijd goedkoper. “Produceren met 3D print technologie zal in toenemende mate domineren in markten met zeer complexe industriële producten én in producten die gepersonaliseerd moeten worden.”

Een complex product van Wilting, onlangs op de stand van Van Hoorn Carbide op de EMO. Nu nog gemaakt met CNC verspaning, straks uit de 3D metaalprinter? 

In 2040 net zoveel 3D geprint als traditioneel gemaakt?

De onderzoekers van het economisch bureau van ING hebben vervolgens twee scenario’s uitgewerkt. In zijn algemeenheid zeggen ze te verwachten dat de betekenis van 3D printen snel zal toenemen. Als je vervolgens het groeitempo van de afgelopen jaren (19%) extraheert naar de toekomst, produceren de 3D printers tegen 2060 net zoveel als de traditionele productietechnologie in de maakindustrie. Omdat het om een disruptieve technologie gaat, die de meeste bedrijven nog niet gebruiken, is het niet uitgesloten dat de investeringen versnellen.

 

Wordt optimistisch scenario sneller realiteit?

Dat is het 2e scenario in het ING rapport. En daarin schetsen de analisten een interessante ontwikkeling. Als over 5 jaar de investeringen in 3D printtechnologie verdubbelen en die in traditionele productietechnologie met éénderde afneemt, dan wordt al in 2040 net zoveel geproduceerd met 3D printen als met de huidige productietechnologie. Dat is nog slechts iets langer dan 2 decennia, precies wat de CEO van Kaak voorspelt. Dit scenario wordt nog sneller realiteit als er technologie komt voor het 3D printen van massa-productie.

 

Steeds meer fabrikanten van traditionele CNC machines stappen in de 3D printmarkt, zoals Mazak met deze nieuwe hybride CNC 5-asser. 

 

Minder import, meer lokale productie

Een gevolg van de opmars van 3D printen zal zijn dat er méér goederen lokaal geproduceerd gaan worden. Dankzij 3D printtechnologie neemt de factor arbeidskosten als aandeel in de totale productiekosten tot een verwaarloosbaar aandeel af. Dat is de reden waarom de onderzoekers voorspelen dat de wereldhandel fors geraakt gaat worden. Tot wel 40% minder, omdat we dichtbij de gebruiker gaan produceren. Raoul Leering, hoofd Internationaal handelsonderzoek van het ING Economisch Bureau. “In plaats van producten te importeren uit lage lonen landen, kunnen deze binnenlands geprint worden.” 3D printen zal niet alleen leiden tot de terugkeer van productie naar ontwikkelde landen en als gevolg daarvan importen verminderen. Het verlaagt eveneens de import in opkomende landen, zo schrijven de onderzoekers. Ze wijzen erop dat Azië al aanzienlijk investeert in 3D printtechnologie.

 

Werelhandel geraakt

In het eerste scenario (2060) zal de helft van de goederen die nu nog geïmporteerd worden, lokaal worden geproduceerd. Dat raakt ook de diensten die rondom wereldhandel zijn ontstaan. Momenteel maken die 22% van de wereldhandel uit. Dat percentage daalt in het 2060 scenario met 6%. Daar staan wel nieuwe diensten rond 3D printen tegenover, waardoor het netto effect beperkt blijft tot 3,5%. Ook de grensoverschrijdende handel in materialen zal verdwijnen. Eveneens zal de benodigde hoeveelheid ruwe materialen zoals olie, gas, metalen et cetera verminderen omdat 3D printen tot minder materiaalverspilling leidt.

 

Strati

De VS investeren fors in 3D printtechnologie. Op de foto de Strati, een 3D geprinte auto. Als de automobielindustrie 3D printen grootschalig gaat inzetten, kunnen de VS hiervan profiteren en raakt Duitsland een exportbron kwijt. 

 

VS winnaar op korte termijn

In het rapport wordt ook gekeken naar welke landen profiteren van 3D printtechnologie en welke er door geraakt worden. De VS lijken als de grote winnaar uit de bus te komen. Het handelstekort gaat verdwijnen doordat er meer lokaal geproduceerd gaat worden. Dat geldt zeker als de automobielindustrie méér gaat 3D printen, maar ook voor consumenten producten geldt dat de VS straks niet langer hoeft te importeren. Dat de VS zo sterk profiteren komt doordat momenteel de industriesectoren die voorop lopen met 3D printen goed zijn voor 58% van alle importen in de VS. Het potentieel om deze importen te vervangen door lokale productie met 3D printen is dan ook groot. Dit effect zal gaandeweg wel teniet worden gedaan als andere sectoren beginnen met 3D printen. Daardoor zullen de exporten van de VS uit die sectoren gaan afnemen. Nederland, van oudsher een handelsland, wordt hard geraakt.

 

De productie van complexe producten zal het eerst gedomineerd gaan worden door 3D printen, aldus het ING rapport. Op de foto de productie van een matrijs op een hybridemachine van Matsuura. 

 

Dreigt Europa achterop te raken?

In het ING rapport staat nog een interessante grafiek. De private investeringen in 3D printtechnologie. Deze geeft duidelijk weer waarom bepaalde organisaties zoals CECIMO voortdurend waarschuwen dat Europa achterop dreigt te raken. 39% van de private investeringen in 3D printtechnologie vonden verleden jaar geleden in Noord Amerika plaats; 29% in Asia / Pacific en Europa komt op de 3e plaats met 28%.

Hier kun je het hele rapport downloaden

 

Dit hulpmiddel voor het beschermen van de velgen bij de montage werd eerst extern ingekocht voor € 800. Nu 3D print VW het onderdeel voor € 21. Doorlooptijd van de ontwikkeling en het printen: 10 dagen.

FOTO (boven): Een voorbeeld van een actuele toepassing van 3D printen bij VW dochter Autoeuropa. Met Ultimaker 3D printers stroomlijnt de fabriek de productie van assemblagetools (foto Ultimaker)